terug naar mijn Homepagina

zuid-frankrijk

[karakter] [cols] [fotoalbum]

Reisverslag

15 september 2001 begon onze reis vanuit Rotterdam naar Nice waar onze fietsvakantie zou beginnen. We staan al om 4.30 op om na het ontbijt met de fiets vanuit Rotterdam Zuid naar het Centraal Station te fietsen.

Op Schiphol aangekomen besluiten we om geen fietsdozen te kopen. Nadat we de trappers van onze fietsen hebben gehaald, het stuur hebben gedraaid en de banden hebben laten leeglopen checken we onze bagage (incl. fietsen) in.

De controle van de handbagage e.d. door de douane is strenger dan anders als gevolg van de aanslagen op het WTC in New York. Jim komt in eerste instantie niet door de metaaldetector heen, later blijkt dat dit komt door zijn hartslagmeter die hij om had.

De vliegreis naar Nice verloopt zonder problemen. We zijn benieuwd hoe onze fietsen de vliegreis ondergaan hebben. We zijn verbaasd dat we onze fietsen niet hoeven op te halen bij een aparte balie maar dat deze net als alle gewone bagage van de lopende band moet komen. Gelukkig zijn onze fietsen niet erg beschadigd, alleen onze spatborden zijn hier en daar wat verbogen.

Nadat we fietsend de luchthaven verlaten gaan we eerst naar het winkelcentrum Cap3000 om een gastankje te kopen. Helaas lukt dit niet. (Het lukt uiteindelijk de volgende dag aan het eind van de middag een gastankje te bemachtigen.) Vanuit Nice is het niet eenvoudig de juiste weg te vinden. Na enig heen en weer fietsen vinden we uiteindelijk met hulp van een fransman de juiste weg.

Het valt ons direct op hoe rustig de wegen zijn direct nadat je van Nice wegfietst. Al snel fietsen we in berglandschap. Het klimmen valt de eerste dag niet mee, nadat we in het dorpje Gregolières stoppen om boodschappen te doen word ik duizelig en moet ik echt even een kwartiertje zitten. Rond 19.00 uur vinden we de camping van Séranon die Jim van tevoren had uitgezocht.

Omdat we geen gastankje hebben eten we brood. Het opzetten van de tent is niet heel eenvoudig omdat we onze aluminium haringen bijna niet in de rotsachtige grond krijgen. Nadat het zonnetje weg is koelt het sterk af. Het weer was deze dag trouwens mooi te noemen, vooral in Nice was het warm (ik schat 23 graden).

De volgende morgen (16 september) betalen we de campingbeheerder (die een zeer hese stem heeft door waarschijnlijk de alcohol en het roken) en vertrekken richting de Gorges du Verdon. Nadat we heerlijk rustig fietsen op licht stijgende wegen komen we 's-middags aan bij een restaurantje dat aan de voet ligt van de Gorges du Verdon. Bij de parkeerplaats van dit restaurant lunchen we en vullen we onze waterflessen. Het water dat Jim binnen in het restaurant is gaan vragen blijkt niet gegarandeerd betrouwbaar volgens het restaurant.

Na de lunch fietsen we verder langs de Gorge en komen we aan bij de hoogste brug van Europa. Op deze brug staat een hele groep mensen, wanneer we dichterbij komen zien we dat er vanaf deze brug gebungiejumpd wordt. We zien één sprong en dit was leuk om te zien. Bij deze brug staat een soort snackwagen en daar kopen we een fles mineraalwater en gooien we ons onbetrouwbare water maar weg. We vervolgen onze route en genieten van de prachtige uitzichten die de Gorges du Verdon ons biedt. We moeten inmiddels flink aan de bak met fietsen omdat we flink moeten klimmen. We gaan een paar tunneltjes door waar één keer wel een heel harde wind waait wanneer we uit het tunneltje komen. We worden één voor één beiden zeker een meter naar links geblazen en hebben moeite om op de fiets te blijven. We fietsen uiteindelijk naar Moustiers-Saint-Marie en halen daar een paar boodschappen. Onderweg zijn we langs een boerencamping (even buiten het dorpje van Moustiers) gefietst en we besluiten daar naartoe terug te fietsen. Om bij de boerencamping te komen fietsen we eerst een 600 meter een stil weggetje in om bij de camping te geraken. De camping is fraai gelegen en we hebben een mooie plek met bomen om ons heen. Het is niet druk op de camping, in onze nabijheid staat een Nederlands echtpaar met een toercaravannetje die wel op een heel mooie plek staat. Jim en ik zijn beiden erg te spreken over deze camping en zullen hier twee nachten verblijven. De tomaten die we bij de boer kopen zijn erg lekker, de douches zijn helaas iets aan de lauwe kant.

De volgende dag (17 september) fietsen we zonder bagage weer richting de Gorges du Verdon en fietsen we een rondje aan de noordkant van de Gorge vanaf le Palud, waarbij we regelmatig stoppen om van het mooie uitzicht te genieten.

We verlaten Moustiers (18 september) en vertrekken westwaarts richting Sault, dwars door de Provence. We fietsen deze dag 115 km door heuvelachtig landschap, het gebied waar we door heen fietsen is weer totaal anders dan de eerste drie dagen en we genieten met volle teugen. Het weer is nog steeds zonnig maar wel wat aan de frisse kant. De wegen zijn nog steeds stil en verlaten. We fietsen door geoogste lavendelvelden die soms nog wel de geur van lavendel verspreiden. We komen nog een viertal andere fietsers met bagage tegen, allen engelsen.

De laatste twee uurtjes fietsen naar Sault ervaren we beiden als pittig, we zijn dan ook blij wanneer we in Sault aankomen. Beiden zullen we dit de zwaarste fietsdag vinden. Mede door het steeds weer klimmen en dalen.

Op de camping in Sault besluiten we weer twee dagen te blijven en fietsen we de volgende dag zonder bagage de Mont Ventoux op. Helaas voor mij heb ik deze nacht niet goed geslapen van de zware inspanning van de afgelopen dag. Ik twijfel nog of ik met Jim mee zal gaan om de Mont Ventoux te beklimmen maar besluit dit toch te doen. De beklimming van de Mont Ventoux (19 sept) verloopt toch redelijk soepel. Jim raakt steeds meer in zijn element en gaat met de dag beter fietsen. Zes of zeven km voor de col wordt de klim naar de Mont Ventoux pas echt zwaar en daar staat gelukkig een restaurant. We nemen hier iets te drinken en na ons geestelijk te hebben voorbereid beginnen we aan de laatste zware kilometers van de beklimming. Direct met ons start een Nederlands 50+ stel met mountainbikes voor deze laatste kilometers. Jim gaat al direct voortvarend uit de startblokken en is in mum van tijd al een behoorlijk stuk voor mij, verstandig als ik soms kan zijn blijf ik in mijn eigen tempo fietsen. De beklimming is pittig maar toch goed te doen vinden wij beiden, vooral de laatste kilometer van de Mont Ventoux is pittig, mede door de mist en kou. Tijdens het fietsen van de laatste kilometer zijn we langs het gedenkteken van de wielrenner Simpson gefietst die een aantal jaren terug tijdens de Tour de France gestorven is met het beklimmen van de Mont Ventoux. Op de top is het erg mistig en koud en nadat ik gearriveerd ben besluiten we na eerst op de foto te zijn gezet door een nederlandse familie weer af te dalen naar Sault. Jim met name zal het in de vakantie meerdere keren erg koud hebben op de diverse cols omdat hij sneller boven is dan ik en op mij wacht. Trouwens dat 50+ stel kwam ook gewoon boven op de Mont Ventoux, misschien zo'n 7 minuten o.i.d. achter mij.

De afdaling vanaf de Mont Ventoux duurt lekker lang en we halen hierbij een auto in. Wanneer we afdalend weer terug zijn in Sault kopen we ansichtkaarten die we direct schrijven en opsturen naar familie en vrienden. In Sault staan we trouwens op een grote gemeentecamping vijf minuten fietsen van het dorp. De camping is groot en erg stil, het sanitair voldoet prima en we kunnen heerlijk heet douchen. Helaas voor mij zal ik op deze camping mijn plastic bord vergeten (later, terug in Nederland, blijkt het bord in de zijkant van de tas te zijn gestopt, achter een flap).

Vanuit Sault fietsen we richting Digne (20 sept) waarbij we wederom dwars door de Provence fietsen, maar waarbij het landschap toch al iets bergachtiger is zo af en toe. Zes kilometer voor Digne vinden we een boerencamping en zetten hier onze tent op. De ontvangst op de boerencamping gaat een beetje rommelig, een groepje mannen is druk bezig met van alles. Later zien we dat ze net een koe of schaap geslacht hebben en dat deze in stukken verkocht wordt. We zoeken een plek uit op deze camping en irriteren ons aan de herrie van een silo of zo. We twijfelen of we hier twee dagen zullen blijven. We zetten onze tent op en fietsen naar Digne om boodschappen te doen, wanneer we terugkeren op de camping is het geluid opgehouden. We hebben wel inmiddels een hondendrol vlak voor de tent ontdekt en leggen hier een grote kei op. De camping blijkt toch wel mee te vallen en we besluiten hier een rustdag te houden. Het sanitair op deze camping is goed verzorgd en we kunnen bij de boer onze kleding laten wassen. We zijn gelukkig net op tijd om te bedenken dat ze misschien niet onze was zullen ophangen. Om 17.00 u treffen we onze schone maar natte kleding in een vuilniszak aan. Jim hangt deze was alsnog op en om 19.00 u is deze al droog door het zonnige en winderige weer. Tijdens het eten worden we lastiggevallen door diverse katten en honden, we jagen ze steeds weg maar ze blijven steeds terugkomen. (Later beseffen we dat deze honden en katten zich nog redelijk lieten wegjagen. Op de camping bij Nice troffen we een 5 tal katten aan die nog veel brutaler waren en die zich slechts zeer moeizaam lieten wegjagen.)

Onze rustdag (21 sept) in Digne hebben we benut door wat later op te staan en om Digne te bezoeken. Ik vond deze rustdag wel prettig om wat bij te komen van alle vermoeienissen maar Jim werd gedurende de middag al wat kriebelig en begon zich te vervelen.

's Nachts horen we voor de eerste keer druppels op de tent en dit hadden we niet verwacht die avond ervoor omdat de lucht er zo mooi uitzag. 's-Morgens valt het slechte weer gelukkig erg mee.

Op 22 september fietsen we weer met volbeladen fietsen, nu richting Barcelonnette. Door Jim heb ik mij laten vertellen dat dit een plaatsje is dat door veel wielrenners wordt bezocht i.v.m. de centrale ligging van het plaatsje. Je kan vanuit Barcelonnette namelijk meerdere cols beklimmen. Dat zijn o.a. de Col de Vars, de Cayolle, de Allos, de Champs, de Bonette, de Larche, de Parpaillon, plus nog kleinere beklimmingen als naar Super Sauze en Pra Loup.

Het is deze dag pittig fietsen en het dreigt de hele dag te gaan regenen. Gelukkig vinden we net voordat het gaat regenen een verlaten camping met schuilmogelijkheden waar we onze lunch gebruiken. Na onze lunch vervolgen we onze weg en is het gelukkig droog. 's-Middag fietsen we door prachtig landschap en moeten op een gegeven moment de Col Fanget bedwingen die stukken heeft van meer dan 10%. Ik laat Jim direct voorgaan en fiets relaxed op eigen tempo omhoog. Jim schiet van mij weg maar heeft hierdoor toch wat krachten verspeeld wat later zou blijken, die dag was Jim meer moe dan gebruikelijk. Even voor Barcelonnette begint het weer zacht te regenen. Nadat we bij een Casino boodschappen gedaan hebben zoeken we de sfeervolle 2-sterrencamping Peyra op die Jim had uitgezocht op internet. Deze camping is gelukkig eenvoudig te vinden en blijkt inderdaad zeer sfeervol te zijn. Wanneer wij het terrein van de camping oplopen, met de fiets aan de hand komt er een vriendelijke vrouw van tegen de 60 ons tegemoet. Ze heet ons zeer vriendelijk welkom en helpt ons langdurig (20 minuten o.i.d.) met het uitzoeken van een geschikte kampeerplek. Op het oog lijken alle plaatsen vlak maar bij sommige plekken zit een kuiltje of een bobbel en daar attendeert zij ons op. De camping ligt midden in Barcelonnette en is ommuurd met een twee meter hoge muur. Het sanitair van de camping is ouderwets te noemen maar zeer proper. Wanneer wij arriveren staat er nog een camper plus een fransman met een "eend" en zijn tentje. De vrouw van de camping biedt ons verder een gietijzeren tuinstel ter bruikleen aan en daar zijn we erg blij mee. Het weer in Barcelonnette zou twee dagen slecht blijven en we moeten zo nu en dan schuilen onder een boom of in de tent.

De tweede dag (23 sept) in Barcelonnette besluiten we de Col de Bonette te beklimmen. Zo'n 24 km klimmen vanuit Jausiers met 1600 mtr hoogteverschil. Het weer is matig maar daar laten we ons niet door weerhouden. Wanneer we op de helft van de klim zijn komen we bij een berghut die 2000 heet, hier drinken we resp. koffie en warme chocola en eten direct onze appelflappen. In de berghut is het erg druk omdat een familie een verjaardag aan het vieren is. In de hut zijn nog twee fietsers aanwezig uit Engeland. Na 20 minuten vervolgen we onze tocht naar de col de Bonette, beiden halen we de engelse fietsers na enige tijd in en vervolgens zie ik Jim steeds verder van mij wegfietsen waarna ik hem na enige tijd niet meer zie. Na ruim drie kwartier klimmen begint het steeds meer te regenen en besluit ik te schuilen in een bouwvallige militaire barak. Ik schuil hier een kwartiertje en zie de Engelse fietsers weer voorbijgaan. Nadat het weer droog is vervolg ik mijn weg naar de col. Een km voor het einde zie ik Jim en deze daalt af naar beneden omdat hij inmiddels al een tijdje had staan kou lijden op de col, omdat hij sneller fietst en zelf niet heeft geschuild. De laatste km was trouwens erg mistig en koud. De weg is voor het laatste stukje afgesloten waardoor ik niet verder kon. Ik besluit direct maar weer af te dalen en kom Jim al snel tegen die op mij heeft gewacht in een andere militaire barak. Van Jim hoor ik dat we op 100 meter van de col hebben moeten stoppen maar dat we toch 1600 mtr hebben geklommen. Gezamenlijk dalen we weer af bij de berghut waar we al eerder een warme drank dronken; in de hut drogen we onze kleren bij een haardvuur en drinken een aantal warme dranken. Jim raakt in gesprek met 2 wat oudere franse echtparen, Jim heeft veel contact met de fransen doordat hij vloeiend frans kan spreken. Op een gegeven moment wou Jim nog een compliment maken aan een fransman. Jim wou zeggen "u moet wel een krachtige vrouw hebben" en zei dit als volgt, "vous avez une femme forte". De fransman keek heel bedenkelijk en Jim zei toen ter verduidelijking "une femme solide". Later hoorden wij van een andere fransman dat "femme forte" betekent een dikke vrouw.

De volgende dag (24 sept) horen we 's-morgensvroeg al hoe de regen op onze tent klettert en we balen. Wat zullen we doen? Een extra rustdag inlassen? Nog een dag zonder bagage fietsen? We besluiten eerst maar ons dagelijks ritme op te pakken en dit betekent ontbijten, koffiedrinken, wassen en wc. Nadat we dit gedaan hebben lijkt het weer toch iets beter te worden en pakken we onze spullen in en breken de tent af.

We vertrekken richting Col de Cayolle welke in het Nationale Park de Mercantour ligt. We fietsen direct vanuit Barcelonnette in prachtig landschap en fietsen al snel door een soort gorge. Het is al goed te zien dat het herfst is want de bomen zijn geel, rood, bruin en groen gekleurd. We genieten beiden van deze prachtige kleurschakeringen. Na twee uur fietsen komen we bij het bordje Parc Nationale de Mercantour, waar de weg direct steiler wordt. Jim fiets meteen van mij weg maar stopt nog twee keer kort zodat ik weer tot bij hem fiets. De eerste keer om zijn jas uit te doen en de tweede keer om een foto van mij te nemen. Vanaf dat moment besluiten we niet meer te stoppen en fietsen we in één keer door naar de col de Cayolle. De omgeving is prachtig en ruig. Al klimmend zie ik hoge rotswanden en we passeren een herder met schapen en een aantal geiten. Jim is na een aantal km niet meer te zien voor mij en ik ga rustig op eigen tempo omhoog. Het eerste deel van de dag was het nog redelijk zonnig maar hoe hoger we fietsen/klimmen hoe bewolkter het wordt en ook kouder. Na twee uur aan één stuk door klimmen zie ik Jim op de col staan. Ik heb toen nog even een tandje zwaarder geschakeld en ben staand fietsend naar hem toegefietst waarbij ik links en rechts bergmarmotten zag rondhuppelen. Nadat we samen een minuut op de col staan begint het ineens te regenen en niet zo zachtjes ook. We proberen nog enigszins achter een pilaar te schuilen waarop de hoogte van de col staat aangegeven maar dit helpt maar een klein beetje. Snel stouwen we nog een pizzastuk van de bakker naar binnen en beginnen aan de afdaling. Jim met handschoen en fleecebroek en ik met korte broek en zonder handschoenen. De afdaling was echt heel koud en ik kan mijn handen haast niet bewegen, toch sta ik nog steeds achter mijn keuze om zonder handschoenen te fietsen. Ik had geen zin in een natte broek en handschoenen.

Na een kwartiertje afdalen fietsen we alweer uit de regen en in de zon. We stoppen langs de kant van de weg en Jim doet zijn lange broek en handschoenen uit en we wringen onze sokken uit. Het is prachtig hier en daarom nemen we een aantal foto's. We vervolgen de afdaling en het weer wordt steeds zonniger; tegen 15.00 uur komen we in het dorpje Guillaumes aan waar we onze lunch gebruiken en van het heerlijke zonnetje genieten. Nadat ik op de openingstijden heb gekeken van het Spar supermarktje besluiten we tot 16.00 uur te wachten tot deze opengaat. Wanneer de Spar om 16.15 nog steeds niet open is bemerken we dat ik lundi en mardi door elkaar gehaald heb en dat de Spar vandaag dicht is. Gelukkig is er nog een andere supermarktje open (Shopi), maar hier is de kwaliteit van groente en fruit jammer genoeg heel erg slecht. We nemen uiteindelijk blikgroenten en aardappelpuree en eten toch nog redelijk lekker. We hebben bij deze laatste supermarkt trouwens ook nog een Telegraaf gekocht om onszelf op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen rondom de aanslagen in New York. Na het lezen van de krant hebben we beiden de indruk dat we niet veel hebben gemist.

Na de boodschappen te hebben ingeslagen zijn we naar een camping net bij het dorpje van Guillaumes afgedaald, maar deze bleek dicht. Vervolgens zijn we weer terug naar het dorpje gefietst en zijn we een ander bordje gevolgd waar camping opstond richting Péone. Omdat het inmiddels al half 6 was fietsen we in hoog tempo naar Péone, maar de weg naar Péone blijkt onverwacht langer en steiler dan we hadden gedacht en we komen dan ook moe en bezweet in Péone aan. Gelukkig is het campinkje van Péone open. Dit campinkje is een gemeentecamping en wordt op afstand beheerd. Er staat een sanitairblok dat zeer goed functioneert met warm water en douches. We hebben twee dagen op deze camping gestaan en beide dagen waren er nog twee andere mensen, de ene nacht een Frans stel en later een Duits stel. De eerste dag zijn we na het avondeten nog even naar het dorpje Péone gewandeld en dit was heel bijzonder. Péone bleek een eeuwenoud dorpje met kleine straatje en steegjes en met veel hoogteverschil tussen de huisjes onderling. De huisjes samen vormden wel één geheel. Heel moeilijk verder te omschrijven maar het was heel mooi. Toen wij daar 's avonds rondliepen zijn we niemand tegengekomen en was het heel schemerig in de straatjes. Het leek net of er niemand woonde maar heel af en toe zagen we toch een streepje licht onder een raamluik.

De tweede dag in Péone (25 sept) zijn we weer zonder bagage gaan fietsen, eerst een klim met 500 mtr hoogteverschil naar het wintersportplaatsje Valberg. We wilden hier vers brood halen omdat we in Péone geen winkels hadden gezien, maar helaas voor ons waren alle bakkers in Valberg toevallig deze dag gesloten. Gelukkig was er wel een petit Casino open en hier hebben we toen maar fabrieksbrood gekocht en een kaasje. We hebben in dit lelijke wintersportplaatsje (maar kan lelijker voor een wintersportplaats volgens Jim) in het zonnetje geluncht. Omdat Jim geen jasje bij zich had zijn we de 500 mtr die we hadden geklommen weer afgedaald naar de camping om vervolgens na eerst een kopje koffie te hebben gedronken door de Gorge de Daluis te fietsen. Deze gorge bleek een nieuw hoogtepunt in onze vakantie en we hebben hier prachtige foto's genomen van het rood, paarsig, bruin uitziende landschap. De heenweg naar de gorge en in de gorge hadden we licht afdalend wind tegen en de terugweg licht klimmend mee. Zodoende viel de klim mee. Alleen de laatste klim van Guillaumes naar de camping van Péone was weer pittig maar we wisten inmiddels wat we konden verwachten omdat we deze klim die dag ervoor al hadden gedaan.

Na onze tent te hebben ingepakt (26 sept) klimmen we voor de tweede keer naar Valberg maar nu met bagage. Gelukkig is er nu wel een bakker open in Valberg en kopen we twee zware broden. Na Valberg dalen we een aantal km af om vervolgens een klimmetje van zo'n 300 mtr te maken naar een minder bekende col, de Couillole. Zoals gewoonlijk bereikt Jim deze col een aantal minuten eerder dan ik.

Het landschap is tot nu toe wel aardig maar niet bijzonder vind ik. De afdaling van de Couillole naar Saint-Sauveur-sur-Tinée daarentegen is werkelijk prachtig en beiden vinden we dit de mooiste afdaling van de vakantie. De wegen, het landschap, alles is even mooi. In Saint-Sauveur-sur-Tinée komen we rond 12 uur aan en we besluiten min of meer de lunch nog even uit te stellen en nog door te fietsen. Na een klim van 550 mtr komen we in een leuk ouderwets dorpje La Bolline aan en gebruiken hier onze lunch. Na de lunch klimmen we nog eens 500m om op de Col St.Martin aan te komen, waar allerlei buitensportactiviteiten zijn waar je aan kan deelnemen. De bebouwing op deze col is foeilelijk en wij begrijpen niet hoe ze sommige gebouwen ooit hebben kunnen neerzetten. We dalen vervolgens af naar Lantosque waar volgens de Michelinkaart een camping zou zijn. Deze camping blijkt bij navraag echter al een aantal jaren niet meer te bestaan. We fietsen op advies van plaatselijke bevolking terug naar het plaatsje Roquebillière waar wel een camping is en die we inderdaad aantreffen. Deze camping is de duurste die we in de vakantie gehad hebben maar heeft desondanks totaal geen sfeer en de voorzieningen zijn voor dat geld ook beneden de maat. We besluiten op deze camping dan ook geen twee dagen te blijven, wat we oorspronkelijk wel van plan waren.

Op 27 september verlaten we de sfeerloze camping van Roquebillière en fietsen we richting Sospel wat volgens Jim een aardig plaatsje is met meerdere campings. Voordat we in Sospel zijn moeten alleen nog even de Col de Turini over en dat is 1200 mtr hoogteverschil overwinnen. Ingefietst als we inmiddels zijn fietsen we in één keer deze col op wat door mij als zeer pittig ervaren wordt en ik moet bij aankomst op de col langdurig mijn spieren oprekken. De klim naar de Turini was volgens Jim gemiddeld 7,5% klimmen en dat met bagage. Achteraf blijkt dit de zwaarste col van de vakantie te zijn geweest.

Boven op de col lunchen we. Op de col de Turini is een aantal restaurants maar de lelijkheid ervan valt mee. Tijdens de beklimming van de Turini rijden er veel motorrijders langs ons, ze zijn aan het oefenen voor een rally die een paar dagen later op dit parcours gehouden zal worden. De afdaling naar Sospel is weer genieten en we nemen een foto van de weg die we nog moeten befietsen omdat er zoveel haarspeldbochten in de weg zitten en dat is mooi te zien wanneer je er van boven op kijkt. Aangekomen in Sospel bezoeken we met de fiets aan de hand even het stadje en gaan hierna naar de Office du Tourisme. We krijgen een brochure met de aanwezige campings en daarvan blijkt één camping in de buurt open te zijn. We fietsen naar deze camping en de camping lijkt op het eerste gezicht wel aardig. We lopen naar het kampeerveldje en vinden met moeite een vlak kampeerplekje. Helaas ligt deze plek onder een elektriciteitsmast en direct aan een weggetje. We geven de camping het voordeel van de twijfel. Wanneer we hebben gegeten gaan we afwassen en wanneer we de kraan van het sanitair aanraken valt deze uit elkaar. Verbaasd kijken we elkaar aan. We doen niet te negatief tegen elkaar omdat dit ook niet leuk is voor de stemming. Ik besluit nog even naar de wc te gaan en wanneer ik wil doortrekken spuit het water bij de afvoer eruit. Het sanitair heeft zeer achterstallige onderhoud en is al tijden niet meer schoongemaakt. Beiden willen hier niet langer dan één nacht blijven en verkassen dan ook noodgedwongen opnieuw al na één dag. De volgende morgen (28 sept) betalen we de camping en uit Jim onze ongenoegens over het sanitair. We hebben inmiddels besloten om alvast naar de laatste camping bij Nice te fietsen. Om daar te komen moeten we eerst Col de Braus bedwingen en later Col de Chateauneuf. Met zeer goed weer vertrekken we richting Nice. Ik had eerlijk gezegd een rustige fietsdag verwacht maar we moeten deze dag nog heel wat klimmen. De klim naar Col de Braus valt aanvankelijk nog mee, we klimmen geleidelijk omhoog en de weg is niet al te steil. Wanneer we afdalen zijn we blij dat we niet andersom deze col hebben bedwongen omdat we op sommige gedeelten meer dan 15% afdalen. De omgeving is hier zo dicht bij Nice nog heel rustig en het landschap wederom prachtig.

Aan het einde van de afdaling, vanaf het plaatsje Escarène, wordt het gebied plotseling veel stedelijker en verandert de sfeer. We maken inmiddels overduidelijk niet alleen meer gebruik van de weg en het aantal afslagen e.d. is ook toegenomen. We klimmen en dalen nu steeds korte stukjes tot dat we bij een grote weg aankomen waar we ons even op de kaart oriënteren om de juiste weg te vinden. Het blijkt dat we op de juiste weg staan en we fietsen door. De klim naar col de Chateauneuf begint hier direct. De klim is behoorlijk pittig met heel veel haarspeldbochten in de weg, we fietsen voortdurend van oost naar west en andersom. Na 1,5 uur klimmen lunchen we bij een pittoresk dorpje, Chateauneuf-Villevieille. Nadat we geluncht hebben halen we water en raken elkaar kwijt. Na water te hebben bijgetankt wilde ik mij nog insmeren met zonnebrand waarop Jim alvast naar de doorgaande weg fietste waar we waren gebleven voordat we het dorpje infietsten. Ik had dit niet begrepen en vervolgde de weg in het dorpje wat uitmondde in een afdaling. Omdat ik het vreemd vond dat ik moest afdalen ben ik na kort afdalen weer naar onze lunchplek gefietst en heb hier op Jim gewacht. Na 10 minuten ben ik de doorgaande weg opgefietst verder klimmend naar boven en daar trof ik Jim drie kwartier later aan. Ik baalde er stevig van dat ik de verkeerde kant op was gefietst en dat ik Jim uit het oog was verloren met zoveel verschillende weggetjes om ons heen. Jim dacht dat het wel duidelijk was dat we de doorgaande weg langs het dorpje zouden vervolgen waar hij een tijdje op mij had gewacht. Nadat we ons op de col hadden verenigd zijn we richting de camping Magali bij Saint-Laurent-du-Var gefietst. Tien km voor de camping hebben we nog boodschappen gedaan. De camping in Laurent du Var is een 3-sterrencamping en was goed verzorgd. Het sanitair was schoon en de camping was rustig. Op deze camping hebben we de laatste twee nachten doorgebracht. Zoals al eerder beschreven hadden we op deze camping behoorlijk wat last van hongerige katten die ons op brutale wijze bleven lastigvallen. Zelfs het spuiten met de met water gevulde bidons maakte weinig indruk. Die avond hebben we nog heerlijk couscous gegeten en als toetje tiramisu en we hadden voor bij de koffie Marokkaanse lekkernijen die we bij een megasupermarkt in winkelcentrum Cap3000 hadden gekocht.

De laatste hele dag (29 sept) van ons verblijf in Zuid-Frankrijk zijn we nog een stukje gaan fietsen in de omgeving van Saint-Laurent-du-Var. Het weer zat jammer genoeg niet erg mee want het miezerde de hele dag. We hebben deze dag een bord gemist waarop stond dat de weg was afgesloten waarop we een heel stuk klimmend terug moesten fietsen. Het fietsen in de regen en het terug moeten fietsen was niet goed voor het moreel en we hadden beiden niet zoveel zin meer om nog veel te fietsen die dag. Bij de bushalte van het plaatsje Le Broc hebben we geluncht en gepraat (vooral Jim) met een oudere Française. Deze dame was zeer vrouwelijk en een tikkeltje theatraal voor nederlandse begrippen. We vonden haar zeer vriendelijk, alhoewel ze het niet zo ophad met arabieren; we spraken met haar o.a. over de aanslagen in New York. Terugfietsend naar de camping besloten we om vanavond een keer niet te koken en hebben we een pizza gehaald 's-avonds die niet lekker was maar ook niet vies. We zijn niet al te laat gaan slapen en toen na een uur die twee engelsen arriveerden bij hun tent is Jim bij hen gaan vragen of ze stil konden zijn. Dit hielp, want ze gingen een stukje verderop zitten praten zodat wij geen last van hen hadden.

De volgende morgen (30 sept) zijn we om 5.45 uur opgestaan en hebben op ons gemak ontbeten, spullen ingepakt en de tent afgebroken. De luchthaven ligt op nog geen 10 km van de camping en daar kwamen we ruimschoots op tijd aan. Het inchecken van de bagage ging voorspoedig, het vliegtuig had 20 minuten vertraging. Op de heenvlucht had Jim bij het raam gezeten en op de terugvlucht wilde ik bij het raam zitten. Het uitzicht over de Alpen was prachtig en Jim herkende een aantal bergen. Vlak voordat we landden moesten we nog een paar rondjes maken in de buurt van Schiphol en hadden we prachtig uitzicht over Nederland. Aangekomen op Schiphol waren we benieuwd hoe onze fietsen de vlucht hadden doorstaan. Wederom waren de spatborden van onze fietsen iets verbogen en was Jim zijn bel kapot en had zijn fiets wat lakschade. Mijn fiets miste een beschermdopje bij het inbusboutje waarmee je je stuur kan losdraaien.

[karakter] [cols] [fotoalbum]

terug naar mijn Homepagina