zuid-frankrijk
[karakter] [reisverslag] [fotoalbum]
Cols
We hebben redelijk wat cols beklommen, de belangrijkste volgen hieronder.
Col de Bonette 2802m
klim van 1600m
We doen een poging om de Col de Bonette te beklimmen op een vrij koude regenachtige dag, waarbij we starten vanuit Barcelonnette op 1150m. We bereiken slechts een hoogte van 2715m hoogte, want het laatste stukje weg tot 2802m blijkt te zijn afgesloten. We doen hiermee overigens wel de langste klim van de hele vakantie.
Vanuit Barcelonnette is het een tiental kilometers rustig infietsen tot aan Jausiers, om hierna het weggetje in te slaan naar rechts richting de col. De weg klimt in het begin niet al te heftig, hooguit 4/5 % zodat we lekker kunnen warmdraaien. We fietsen zonder te stoppen door tot het hutje halverwege, waar we een kop koffie drinken. Het is regenachtig en hier op ruim 1900m al te koud om buiten met onze eigen brander een kopje koffie te zetten. We zitten inmiddels in een brede vallei met prachtige geelachtige weidevelden.
Na de nodige kilometers stevig klimmen passeer je vervolgens oude kazernebarakken, die nog door Napoleon zijn neergezet, waarna de weg nog wat steiler wordt met voortdurend 8% klimmen in een steeds kaler wordend landschap. Omdat het koud is en richting de top steeds harder waait, ploeteren we voort naar de top om aldaar te bemerken dat het laatste stukje weg is afgesloten vanwege vallend gesteente. We kunnen dan ook niet verder komen dan de eigenlijke col zelf, die op 2715m ligt, waar we door het slechte weer geen enkel uitzicht hebben. De afdaling terug wordt ingezet met handschoenen aan en muts op, om behoorlijk afgekoeld weer bij het hutje terecht te komen, waar we de warmte van de open haard opzoeken om enigszins op te drogen.
Col de Cayolle 2327m
klim van 1200m
Deze col beklimmen we vanuit Barcelonnette met volle bepakking. De klim start hier ook heel geleidelijk, zodat je lekker warm kunt draaien. Je komt al gauw uit bij een prachtig smalle kloof waar de weg doorheen gaat en de klim wordt iedere kilometer heel duidelijk aangegeven: de afstand tot de top, op welke hoogte je je bevindt en het stijgingspercentage van de komende kilometer: perfect gewoon. Tijdens de klim kom je heel spaarzaam wat huizen tegen totdat je ineens het Parc National de Mercantour indraait, waar niemand meer woont. De weg stijgt vanaf dat moment aanzienlijk (meestal 7 en 8%) en we zien onderweg erg veel marmotten plus nog één keer een herder met zijn schaapjes en geitjes.
Op de col aangekomen begint het te regenen en wordt het ijskoud, we koelen enorm af tijdens de afdaling, die we heel rustig doen vanwege het natte wegdek.
De Cayolle is één van de mooiste cols die we befietsen, je merkt duidelijk dat een groot deel van de col binnen de grenzen van het nationale park ligt.
Mont Ventoux 1912m
klim van 1200m
Wij beklimmen de Mont Ventoux van de makkelijkste kant: vanuit het dorpje Sault op 700m. De eerste 20 kilometers is het stijgingspercentage heel gematigd met zo'n 4% tot aan het Chalet Reynard, waar we onszelf opwarmen in de buurt van de open haard met een kop koffie. De laatste 6 kilometers zijn ineens veel zwaarder met steeds 8-10% in een volstrekt andere wereld, kaal, desolaat maanlandschap. Gelukkig waait het nauwelijks (de berg is juist berucht om de wind, we hebben geluk) en bij behoorlijk lage temperatuur bereiken we toch redelijk snel de top, waar overigens geen horeca is, wel een souvenirswinkeltje plus wat souvenirskraampjes. Omdat we ons van te voren hadden ingesteld op een uiterst zware en lange onderneming, blijkt het achteraf allemaal wel mee te vallen, zeker als je de beklimming vanuit Sault doet.
De Mt.Ventoux is beslist niet de mooiste berg te noemen, maar desondanks een klassieker voor elke fietsliefhebber. Een volgende keer zullen we de berg van de "echte" kant beklimmen, te weten het dorpje Bedoin.
Valberg/Col Couillole 1678m
klim van 900m
De klim naar de Col de Couillole doen wij vanuit het westen van het plaatsje Guillaumes (798m). Wij doen deze klim uiteindelijk in etappes, we klimmen eerst naar het piepkleine schilderachtige dorpje Péone (1200m) waar we onze tent op de onbewaakte, maar keurige Camping Municipal opzetten (een aanrader deze camping!). We klimmen de volgende morgen - zonder bagage - naar Valberg, met de bedoeling om de Gorges de Cians in te fietsen. Door wegwerkzaamheden is deze gorge momenteel echter gesloten voor alle verkeer, zodat we terug afdalen naar Guillaumes, vanwaaruit we de Gorge de Daluis infietsen over een schitterende weg met talloze onverlichte tunnels en tunneltjes, waarvan het bovenste deel door een prachtige kloof voert. De rotsen zijn hier mooi rood-roze gekleurd en de weg voert hier soms heel hoog boven deze prachtige diepe kloof: een must voor elke fietser.
De volgende dag klimmen we opnieuw vanuit Péone naar Valberg, nu met onze bagage, om via het plaatsje Beuil bij de Col de Couillole aan te komen. Deze col is niet zo heel bekend, hetgeen niet terecht is, want de afdaling van 1200m is adembenemend en slingert zich door een prachtig begroeide vallei omlaag langs een wildstromende beek, waarbij je onderweg o.a. het dorpje Roubion tegenkomt, dat werkelijk als geplakt tegen de berg is aangebouwd, heel spectaculair. Aan het einde van de afdaling kom je in het dorpje St.Sauveur-sur-Tinée, waar een enkel winkeltje en terrasje is te vinden. Hier kiezen we niet voor de weg naar links richting Bonette, maar dalen we nog ietsje af, om vervolgens de Col St.Martin te beklimmen.
Col St.Martin 1500m
klim van 1050m
Het begin van de klim naar de Col St.Martin begint vanaf de weg op een hoogte van 450m, enkele kilometers fietsen vanaf St.Sauveur-sur-Tinée. Wij hebben op dat moment al een aardig stukje klimmen achter de rug en lunchen hier halverwege de berg in het plaatsje La Bolline. Het lijkt wel of al deze plaatsjes zijn uitgestorven, het is er zo ontzettend rustig. We klimmen door, steeds kleine boerenbedrijven en alpenweiden passerend, het lijkt hier soms wel wat op Zwitserland.
Op de top komen we bij een cluster van betonnen gebouwen, dat men La Colmiane noemt, hetgeen niet zo erg fraai is zo hier midden in deze prachtige bergwereld. We dalen dan ook maar snel af naar Lantosque, waar we vergeefs naar de camping zoeken, want die blijkt inmiddels al een paar jaar te zijn opgeheven. We zijn dan ook genoodzaakt de weg terug omhoog te fietsen naar Roquebillière, waar nog wel een camping is.
Col de Turini 1607m
klim van 1150m
De klim van de noordkant begint vanaf de D2565 (enkele km vanaf Roquebillière) en gaat meteen pittig omhoog naar het plaatsje La Bollène waarna de weg zich door de bossen omhoog kronkelt. We zitten hier steeds op de grens van het Nationale Park Mercantour, hetgeen te merken is aan de uitbundige natuur in de dichte bossen van de Turini. Het is een lange gelijkmatige klim, maar behoorlijk pittig, met over het algemeen een gemiddelde van 7,5%, en dat is niet mis als je ook nog eens met bagage fietst en er weer een hoogteverschil te overbruggen is van een dikke 1000m. Deze klim is misschien wel de zwaarste van de vakantie.
De Turini is bekend van de Ralley van Monte Carlo en er worden regelmatig georganiseerde auto- en motortochten over gehouden.
Op de col komen drie wegen samen en tref je er een vijftal restaurants aan; je kan zelfs nog verder omhoog voor het rondje Authion tot 2043m, hetgeen wij niet hebben gedaan, wij zoeken het bordje van de col voor een fotootje en dalen dan af naar Sospel. Tijdens de afdaling verbazen we ons weer over de prachtige omgeving waarin we ons bevinden, met wederom de nodige gorges waar we doorheen fietsen. De eindeloze afdaling telt ook weer talloze haarspeldbochten en we komen met vermoeide armen (van het remmen en het hangen op het stuur) uiteindelijk aan in Sospel. Wij vinden de Col de Turini één van de hoogtepunten van alle cols.
Col du Fanget 1459m
klim van 850m
Vanuit Digne schieten we een klein weggetje in dat via Barles naar de Col de Fanget gaat. We klimmen eerst heel rustig en geleidelijk door een brede vallei en fietsen over een doodstil weggetje en komen zowat niemand en niets tegen, op een enkel klein dorpje na. Onderweg gaat de weg nog door een smalle gorge, Clou Barles, en voordat we links richting Col du Fanget inslaan, fietsen we nog een paar honderd meter door naar een camping (gesloten, einde seizoen), waar we zelf even koffie zetten, om daarna serieus te klimmen. De laatste kilometers zijn uiterst venijnig en steil, zeker 10%, en die moet je dan ook niet al te hard invliegen in de veronderstelling dat het toch maar een kort stukje is. Dat valt dus wel tegen, zoals ikzelf heb mogen ondervinden. Al met al een heel fraaie onbekende col in een doodstille uithoek van Frankrijk, een aanrader voor alle fietsers.
Col de Braus 1002m
klim van 650m
Deze klim hebben wij vanuit Sospel gedaan, en is vanaf die kant rustig klimmend vrij gematigd te noemen. Omdat wij al zoveel prachtige cols hebben bedwongen is de Col de Braus qua schoonheid misschien een ietsepietsie minder, maar het is een zeer stille weg, hoewel het op de kaart als hoofdweg in rood is aangemerkt. De afdaling naar het westen is spectaculair te noemen, met zeker 15 haarspeldbochten, wederom een prachtig aangelegd stukje wegenbouwkunst. Aan deze kant bevinden zich overigens twee erg steile stukjes van ruim 15%, die wij gelukkig afdalend konden doen.