mercantour, zuid-frankrijk
mei 2001

op weg naar de Mont Agnelino

wandelen rond de sneeuwgrens
bekijk hier hier het fotoalbum
Deelnemers
Rutger, Frits, Mark, Jeroen, Erwin, Peter en Jim.
Reis
We vliegen met Easyjet op zaterdag 19 mei heen en op zondag 27 mei terug, behalve Peter, die met Lufthansa vliegt. Beide vluchten verlopen uiterst soepel en we hebben onderweg steeds prachtig uitzicht over de Alpen.
Ter plekke nemen we een aantal keren het plaatselijke bergtreintje.
Bij het inchecken op de terugweg in Nice heeft de juffrouw aan het loket overigens problemen met Erwin en Mark, omdat hun roepnamen (waarop ik had gereserveerd) niet corresponderen met de officiële voornamen op de paspoorten. Na wat gezucht en gekreun en wat typewerk in haar computer, mogen we toch allemaal mee .....
Accommodatie
We slapen in gîtes, waar we altijd kunnen beschikken over bedden op slaapzalen, voorzien van dekens en kussens. Er zijn meestal keukens aanwezig plus het nodige servies, bestek, pannen e.d. waar we gewoon gebruik van kunnen maken om onze eigen maaltijden te koken. In de praktijk komt het erop neer dat we maar twee keer zelf koken en voor de rest halfpension nemen. In Breil kunnen we zelfs helemaal niet koken, omdat er geen keuken is. En de eerste avond in Sospel moeten we halfpension nemen, omdat we geen gebruik van de keuken mogen maken.
De kosten per gîte zijn rond de FF70 voor logies of rond FF180 voor halfpension.
In Nice tenslotte zijn we genoodzaakt een hotel te nemen, waarbij de kale overnachting ons bijna FF300 per persoon kost.
Bagage
We kunnen met een kleine of lichte rugzak op stap; we hoeven immers geen tent, slaapzak, matje, brander, pannen, bestek e.d. mee te nemen. Alleen Jeroen en Mark nemen een grotere rugzak mee, die dan ook in het bagageruim van het vliegtuig moet. De bagage-afhandeling in Nice verloopt overigens uiterst soepel. Ikzelf heb een erg lichte 30 liter rugzak en leen mijn blauwe toerrugzak uit aan Rutger, die ook al niet te zwaar is bepakt. Ik had echter de indruk dat met name Mark en Jeroen met aanzienlijk zwaardere rugzakken deze trektocht zijn begonnen.
Wat moesten we in ieder geval meenemen? Kleding en cosmetica zijn natuurlijk naar eigen inzicht in te vullen. Wel moet je een lakenzak meenemen.
Geld
De vlucht ad 260,00 hebben we gelukkig al in januari betaald. Een overzicht van de kosten.
| werkelijk uitgegeven | |
| vliegen | 260 |
| trein/bus | 27 |
| gîtes | 459 |
| restaurants 2x | 83 |
| terrasjes | 47 |
| boodschappen | 84 |
| lunches | 150 |
| totaal | 1.110 |
Dagindeling
We lopen in een kleine uithoek van de Mercantour en wel in de Vallée de la Roya, waar enkele prachtige oude stadjes liggen, die soms een verlaten indruk geven en vroeger meer welvaart hebben gekend als pleisterplaatsen op een handelsroute van de kust de bergen in. Dit gebied is wisselend Italiaans en Frans grondgebied geweest en enkele plaatsjes, zoals Tende en La Brigue, zijn pas in oktober 1947 na een volksraadpleging definitief aan Frankrijk toegevoegd. We volgen de eerste dagen de route van de GR52A, om later naar het westen richting Nationaal Park de Mercantour af te buigen.
Overzicht van de gelopen route per dag, met het netto aantal loopuren en de dagelijkse klimmeters. In totaal hebben we 4900 hoogtemeters gemaakt.
| uren | klimmen | ||
| dag 1 | Sospel 350 | 2.15u | 100m |
| Col de Pérus 659 | |||
| Col de Brouis 879 | |||
| dag 2 | Breil 290 | 5.20u | 550m |
| Collet du Mont Agu 1065 | |||
| dag 3 | Saorge 520 | 5.00u | 800m |
| Baisse d'Anan 1555 | |||
| Baisse de Lugo 1475 | |||
St.Dalmas |
|||
| dag 4 | Tende 816 | 6.00u | 1050m |
| dag 5 | Castérino 1550 | 3.30u | 800m |
| Lac Vert 2218 | |||
| dag 6 | Castérino 1550 | 5.00u | 670m |
| Mont Agnelino 2201 | |||
| dag 7 | Tende 816 | 5.00u | 650m |
| La Brigue 780 | |||
| St. Dalmas 750 | |||
| dag 8 | Nice | 2.30u | 300m |
Zaterdag 19 mei (2 uur lopen, 100m stijgen)
Ontmoeting op Schiphol rond 8.00 uur in de buurt van de balies van Easyjet waar we kunnen inchecken (Easyjet werkt niet met tickets, naam en paspoort is voldoende). We vertrekken om 9.15 en landen om 11.10 in Nice. We wandelen in ruim anderhalf uur naar de stad, waar we lekker op een terrasje aan de boulevard zitten, winkelen wat in de stad om vervolgens naar het station te gaan waar we Peter ontmoeten, die niet met ons meevloog, maar met de Lufthansa. Ik stel voor om voor deze vakantie een gezamenlijke pot te vormen, waar iedereen zich bij aansluit.
De trein vertrekt om 16.53 uur uit Nice en doet er nog geen uur over om in Sospel aan te komen, waar we meteen op weg gaan naar de gîte, La Frigière (tel. 0033 49304 1233), waar we halfpension hebben. D.w.z. we slapen op een dortoir (slaapzaal), waarbij diner en ontbijt is inbegrepen, kosten FF170 per persoon. Het is niet erg druk in de gîte, dus we hebben volop de ruimte om te slapen en er wordt lekker eten geserveerd, afgerond door een chocoladeijsje. Het is een prachtige karakteristieke gîte met een erg mooie ligging.

gîte in Sospel
Zondag (5.20 uur lopen, 550m stijgen, 600m dalen)
De eerste echte wandeldag klimmen we vanaf Sospel (350m) naar de Col de Brouis (879m) om vervolgens naar het stadje Breil-sur-Roya (290m) af te dalen. We volgen het eerst stukje van de wandeling de kaart uit het wandelboekje van Rutger met kaartjes van 1 op 50.000, om al snel daarna de topografische kaart te kunnen pakken (1 op 25.000). De kaarten blijken overigens niet helemaal op elkaar aan te sluiten, want in het wandelboekje, dat al wat ouder is, worden we de verkeerde kant opgestuurd, zodat we vandaag een iets andere route lopen dan vooraf was bedacht. We komen uiteindelijk wel op de Col de Brouis aan waar zich een restaurantje bevindt waar we lekker koffie kunnen drinken. Het is koud, dus iets warms gaat er wel in. Ik koop hier van een plaatselijke boerin een paar geitenkaasjes, waar we overigens weinig aan hebben, want later zal blijken dat ik het vergeet mee te nemen vanuit het hotel waar we vanavond verblijven.
In Breil slapen we in Hotel Le Roya (tel. 0033 49304 4810), logies plus ontbijt voor FF100 per persoon, dat midden in het dorpje is gelegen, vlakbij de kerk. Ze hebben er ook een dortoir .... maar geen keuken, hetgeen ons wel is gezegd vooraf bij het reserveren. Heel lullig, want vandaag zouden Erwin en Peter koken en die hadden dan ook de nodige boodschappen gedaan, waaronder vers vlees. Die hebben we dus voor niets meegenomen, het vlees wordt weggegooid en we gaan naar het (enige) restaurant in het dorpje. Breil-sur-Roya is ook alweer zo'n énig dorpje, heel oud met erg smalle straatjes. Bovendien is het niet bijzonder toeristisch te noemen en er heerst dan ook een heerlijke sfeer.
Maandag (5 uur lopen, 800m stijgen, 600m dalen)
Vandaag staat in het teken van een lange klim naar de Collet du Mont Agu (1065m), die zich meteen al 's-morgens aandient. Dan volgt een snelle afdaling naar Saorge (520m), een spectaculair gelegen stadje waarvan de huizen terrasgewijs zijn gebouwd tegen de zuidhelling van de berg, uitkijkend op de Gorges du Roya. We slapen in de gîte, net iets buiten het dorpje achter het klooster gelegen (tel 0033 49304 5549), halfpension voor FF170 per persoon.
Jammer genoeg is het vandaag regenachtig en in de loop van de middag wordt het er alleen maar slechter op. We schuilen voor lunch onder een betonnen viaduct van de nieuwe weg die hier wordt aangelegd en lopen vervolgens in stromende regen naar Saorge, dat we op een gegeven moment zien opdoemen. Het stadje is werkelijk majestueus tegen de bergwand aangebouwd en even doet het denken aan de Himalaya, waar je in Nepal soms ook dit soort stadjes aantreft. Gelegenheid voor foto's maken hebben we niet, want de regen valt met bakken uit de lucht en al lopend door het stadje geeft dat op zich wel een heel aparte sfeer. Drijfnat als we zijn hebben we zin om meteen naar de gîte door te lopen, die een kwartiertje voorbij het dorp ligt, om ons te verschonen, droge kleren aan te trekken en iets op te warmen, want het is behoorlijk koud. Gelukkig bevinden zich hier in de doucheruimte twee grote elektrische straalkachels, zodat onze kleren en schoenen de nacht de tijd hebben om op te drogen. Het is een sfeervolle gîte, met maar één slaapzaal, die wat bedompt is, omdat er waarschijnlijk weinig wordt gelucht. Het is behoorlijk koud en we nemen dan ook twee/drie dekens om nog enigszins aangenaam te kunnen slapen. Het eten wordt verzorgd door de beheerder en is erg lekker met veel producten uit de eigen tuin of uit de directe omgeving.

gîte in Saorge
Dinsdag (6.30 uur lopen, 1.050m stijgen, 950m dalen)
Dit wordt de zwaarste dag van de week, we zullen dan ook vroeg uit de veren moeten. Het doel is namelijk om het stadje Tende te bereiken, op grote loopafstand van Saorge.
De route vangt 's-morgens wederom meteen aan met een flinke klim, nu naar Baisse d'Anan (1555m). Tijdens een drinkpauze laat ik weer eens iets liggen, de kaart deze keer en ik merk het pas op als we alweer een flink stuk verder geklommen zijn. Dus moet ik helaas terug om de kaart te halen.
We wandelen een kort stukje op hoogte en lopen zo langs de Baisse de Lugo (1475m), waarna we scherp afdalen het dal in, richting de weg. We verlaten hier de route van de GR52A, omdat een aantal van onze groep al vermoeid begint te raken en het liefst zo snel mogelijk de trein wil pakken. We komen uiteindelijk erg moe aan bij het dorpje St.Dalmas-de-Tende, waar we boodschappen doen voor het diner vanavond en vervolgens naar het treinstationnetje lopen.
We moeten slapen in de gîte Les Carlines (tel. 0033 49304 6274), kosten FF75 per persoon, maar er is niemand. Er hangt gelukkig een briefje op de deur met een telefoonnummer dat je moet bellen bij afwezigheid van de eigenares. Ik bellen ..... maar de meneer aan de andere kant zegt niets te weten van een gîte en er dan ook niets mee te maken te hebben. Jeetje, wat nu. We staan er wat bij en denken na wat te doen. Tot er een mevrouw aan komt lopen, die zich aankondigt als de beheerder van de gîte en die zegt eigenlijk niet meer op ons te hebben gerekend, omdat we haar van te voren geen voorschot hadden gestuurd. Een vreemde gang van zaken, want de gîte is helemaal leeg, wij zijn de enige gasten, en geen van de andere gîtes vraagt om een voorschot. We krijgen nu uiteraard wel toegang en slapen op een kleine dortoir, met Rutger apart (vanwege het snurken uiteraard). Het ziet er keurig netjes uit hier en we hebben de keuken en eetzaal helemaal voor onszelf. We maken de aardappelpuree klaar en eten daar ratatouille bij plus vissticks. En zoals gebruikelijk deze hele week vloeit daarbij de wijn rijkelijk in de glazen, die voortdurend leeg lijken te zijn.
Woensdag (3½ uur lopen, 800m stijgen)
Een aantal van onze groep is erg moe van de wandelingen de afgelopen dagen, met het vele klimmen en dalen door deze prachtige vallei van de Roya-rivier. Rutger, Frits, Mark en Jeroen kiezen er dan ook voor om met de trein en dan de taxi naar Casterino te gaan, een plaatsje dat eigenlijk alleen maar bestaat uit wat hotels en pensions. Aanvankelijk zouden alleen Erwin en ik gaan wandelen en vol goede moed beginnen we aan een pad dat er op de kaart wel goed uitzag. Maar al snel merken we dat het pad nog niet is geschoond van de afgevallen takken en omvergewaaide bomen van afgelopen winter. In eerste instantie klauteren we eroverheen of nemen een omweggetje. Maar het wordt steeds erger totdat er zelfs een heel grote boom het volledige pad verspert. En we bevinden ons op een schuine helling en kunnen deze keer echt niet om de boom heen. We zijn dan ook gedwongen terug te keren naar Tende en treffen daar de boys nog aan op een terrasje. We kiezen voor een andere, makkelijkere route onderlangs het bergmassief en Peter sluit nu aan bij ons.
De wandeling is prachtig en vlak voor het einde moeten we de rivier ineens oversteken, waarbij het bruggetje dat voor wandelaars is bestemd, er niet meer blijkt te zijn. We zoeken dan ook behoedzaam een goede plek om via keien de overkant te bereiken, hetgeen uiteindelijk lukt, waarbij alleen Erwin natte voeten krijgt. We komen laat aan in een koud Casterino en treffen daar direct al de andere boys. We slapen op een bedompte dortoir, waar in theorie maar liefst 16 mensen in kunnen, en dat terwijl wij met z'n zevenen het al aardig krap vinden. Het is redelijk primitief, met één enkele gammele douche en heeft aldus veel weg van een eenvoudige hut van een alpenvereniging, zoals je die veel aantreft heel hoog en geïsoleerd in de bergen.
We hebben hier gekozen voor twee overnachtingen en wederom met halfpension, anders zouden we al het eten zelf vanuit Tende hebben moeten meesjouwen. We eten in de auberge, die naast het gîte-gedeelte ook over gewone kamers beschikt. De bediening is in handen van een jong echtpaar en is uiterst gemoedelijk te noemen. Het eten staat op een hoog niveau, met name de soep is verrukkelijk en dan praat ik niet eens over de toetjes, zoals tiramisu en de onovertroffen verse vruchtentaartjes...... mmmmmmm.
Castérino ligt op 1550m en we slapen in de gîte Santa Maria Maddalena slapen (tel. 0033 49304 6593) halfpension voor FF190 per persoon.
Donderdag (5 uur lopen, 670m stijgen, 670 m dalen)
We zitten nu aan de rand van het Nationale Park de Mercantour, en de omgeving is weer totaal anders, meer hooggebergte, kaal, ruig en desolaat. We maken een prachtige tocht naar één van de vele gletsjermeren, het Lac Vert, met 2218m het hoogste punt van deze trip. Het wemelt hier van de gemzen, die overigens niet erg schuw blijken te zijn, i.t.t. wat ik zelf eerder met gemzen heb mee mogen maken. Gaandeweg de klim richting Refuge Valmasque, ons uiteindelijke doel van vandaag, komen we steeds meer sneeuwvelden tegen, totdat we - boven de 2000m aangekomen - alleen nog maar kunnen lopen op een aaneengesloten sneeuwmassa. Het pad is hierdoor niet meer zichtbaar en we klimmen dan ook tegen een erg steile sneeuwhelling omhoog. Naar mijn mening wel iets te steil voor argeloze wandelaars zoals wij, zonder pickels, zonder wandelstokken, maar we zetten door en we bereiken veilig de hut. Nog hoger gaan is echt helemaal geen doen en we besluiten dan ook snel af te dalen, ook al vanwege het weer, dat er niet beter op lijkt te worden. We dalen op de sneeuwvelden in hoog tempo af en bereiken vrij vroeg de gîte. We hebben nog veel wijn bij ons, gisteren gekocht in St.Dalmas: drie flessen wit plus een jerrycan met 5 liter rood en vragen aan de mensen in de auberge of we onze eigen wijn mogen drinken, hetgeen volstrekt geen bezwaar is. We sluiten deze perfecte dag weer af met een voortreffelijk maal in de auberge, waar het uiterst aangenaam vertoeven is op een oud bankstel bij de televisie en met soms heerlijke muziek op de achtergrond.
Vrijdag (5 uur lopen, 650m stijgen, 1.400m dalen)
We klimmen naar grote hoogte om de Mont Agnelino op 2201m te passeren. Het is een schitterende wandeling door een prachtig bos en vandaag treffen we de mooiste plekjes aan om te gaan pauzeren, open stukken wei met schitterende vergezichten en een prachtig zonnetje erbij. Vandaag loopt de temperatuur al op tot zowat 20 graden. Op de Mont Agnelino bevinden zich ook nog wat sneeuwvelden, hetgeen weer een voordeel is voor het afdalen. Al springend kan je recht naar beneden afdalen hetgeen dankzij de zachte sneeuw ook voor de knietjes niet al te belastend is. Rutger heeft geen water bij zich en vult af en toe de bidon bij stroompjes van smeltende sneeuw.
De afdaling die ons weer in Tende op 816m moet brengen is lang, maar liefst 1400 meter aan één stuk. Het eerste deel gaat gelukkig nog geleidelijk, maar gaandeweg wordt het steiler, te beginnen met een nieuw stuk pad dwars door het bos. Vervolgens komen we al wat richting Tende en bevinden ons meer in rotsgebied. De afdaling hier vergt erg veel concentratie en is zwaar voor de kniegewrichten. We zijn dan ook blij als we in Tende aankomen en zoeken eerst een terras op waar we lekker van een biertje mogen genieten en onze dorst dus eens goed lessen.
Voor vanavond gaan we weer zelf koken en dat wordt een vorstelijk maal. Een uitgebreide hors-d'oeuvre schotel met tapenade, krab-surimi, worst, olijven. Als hoofdmaal verse pasta met roerbakgroenten en zalm, gevolgd door een verse fruitsalade met overheerlijk vanille-ijs.
En ..... wat een verrassing. Net als we in de gîte aankomen treffen we daar Helen en een vriendin van haar, Myra. Zij hebben ook een weekje vakantie en wandelen heel toevallig ook in dit gebied. Helen wist wel zo'n beetje van tevoren dat wij hier zouden zijn, dus de ontmoeting is niet helemaal toevallig, maar was beslist niet afgesproken. We hebben dan ook een fantastische avond met z'n negenen en toosten er dan ook maar weer eens flink op los.
In de gîte zoek ik overigens op een gegeven moment mijn handdoekje en die blijkt door een francaise aangezien te zijn als dweil. Ze kijk dan ook verschrikt en verbaasd op als ik zeg dat het mijn handdoek is. Ze zal wel gedacht hebben, wat een belachelijk doekje om je mee af te drogen!

gîte in Tende
Zaterdag (3.00 uur lopen, 300m stijgen, 400m dalen)
Ik haal 's-morgens vers brood plus wat yoghurt en tijdens het ontbijt bel ik naar de jeugdherberg Les Collinettes (tel. 0033 49389 2364) in Nice, waar we vanavond willen slapen. Deze blijkt al vol te zitten, ze hebben al vanaf 7 uur diverse telefoontjes gehad, dus zijn alle bedden inmiddels bezet. Tsja, wat nu, daar had ik niet op gerekend. Nou ja, na overleg kiezen we ervoor een goedkoop hotelletje in Nice te zoeken en we vragen de eigenares van de gîte om telefoonnummers. Zij schudt onmiddellijk met het hoofd: "Oh la la, in Nice vind je vast geen kamer meer, want het is het Formule 1 Grand Prix weekend. Alles zit vol!" Dat wisten wij niet.... Maar goed, we moeten toch morgenochtend om 11.40 met het vliegtuig uit Nice vertrekken, dus zullen we toch een slaapplaats moeten zoeken.
Ik bel naar de VVV en die geeft ons een adresje van een hotel die nog precies 7 slaapplaatsen heeft. Nou, dat is geluk hebben, deze leggen we dan ook vast en met een gerust gevoel kunnen we ons gang gaan vandaag. We nemen afscheid van Helen en Myra en we maken een kleine wandeling via La Brigue naar de treinhalte van St.Dalmas. Behalve Mark en Jeroen, die al meteen naar Nice gaan, om daar het hotel op te zoeken en van een rustige dag te genieten ..... althans, dat dachten ze. Want de treinrit liep al niet heel voorspoedig en vervolgens bij het hotel aangekomen, blijkt dat de eigenaar de kamer alweer aan iemand anders heeft gegeven, "omdat we niet binnen een uur kwamen opdagen". Tjonge jonge, wat een lul zeg. Want nu zitten wij met een probleem, want het blijkt inderdaad erg moeilijk te zijn om nog bedden te vinden in Nice en wijde omgeving. Uiteindelijk lukt het in Hotel Ibis, naast het station, waar ze enkele kamers hebben, die na 20.00 uur vrij komen. Nou ja, ze kosten wel FF300 per persoon, maar we hebben geen keus.
De rest van de groep maakt een rustige wandeling en in het dorpje La Brigue genieten we nog van onze eigen overheerlijke lunch, bestaande uit appeltaart, surimi en wat brood met kaas. De treinreis terug is prachtig en duurt bijna twee uur en brengt ons, via ongelooflijk veel tunnels eerst in Italië, waar we gek genoeg maar geen kaartje kunnen kopen aan het loket. Ze accepteren geen FF, geen creditcards en de pinautomaat doet het ook al niet. Dan maar snel de trein in, we betalen wel aan de conducteur, als het zo uitkomt. En die verschijnt niet, want het is stervensdruk in de trein, vanwege de Formule 1 uiteraard.
Bij het hotel aangekomen, blijkt dat ze over een zwembad beschikken, waar we een frisse duik in nemen om vervolgens de stad in te gaan. We slenteren wat en besluiten een pizza te pakken in oud-Nice, een reuze gezellig wijkje direct achter de boulevard.
Zondag 27 mei
We pakken de bus naar de luchthaven, waar onze Easyjet om 11.40 vertrekt voor Schiphol. We nemen in Nice alvast afscheid van Peter, die iets later met Lufthansa vliegt om tenslotte op Schiphol uitgebreid afscheid van elkaar te nemen.
bekijk het fotoalbum
