Cevennen, Frankrijk (2 foto's)

10-daagse voettrektocht langs gîtes d'étapes door het " Parc National des Cevennes", Zuid -Frankrijk met SNP-natuurreizen

nog 2 foto's van de Cevennen-reis


De Cevennen vormen een middelgebergte waarvan de heuvel- en bergtoppen tussen 500 en 1500 meter hoog zijn. De goedgebaande paden, de pittoreske bergdorpjes, eeuwenoude boerderijen en de uitbundige natuur maken het tot een uitstekend wandelgebied.

Deze trektocht gaat van noord naar zuid langs de ruggengraat van het "Parc National des Cevennes". Onderweg loopt je over bodems van graniet, schist en kalksteen. Dit leidt tot uiterst gevarieerde landschappen en vegetaties. Nu eens gaat het pad door donkere bossen, dan weer over open hoogvlakten met geurende brem- en heidestruiken. Soms is het landschap zachtglooiend en bezaaid met wolzakverweringen.

Een volgende dag tonen de bergen scherpe vormen en glinstert het gesteente in de zon. Daar waar de bodem uit kalk bestaat stuit je op de diepe kloven van de Tarn en de Jonte. Iedere avond zoeken we het gerief op van een gezellige gites d'étape. Hier staan een bed en een goede maaltijd klaar. Overdag kun je ontspannen lopen want de bagage wordt vervoerd.

 

 

Programma

Dag 1

Vroeg in de avond verzamelen we op het station Brussel-Zuid, vanwaar we per nachttrein naar Zuid-Frankrijk vertrekken. Overnachting in couchettes.

Dag 2

In Avignon stappen we over op de trein die ons via Nimes naar Villefort brengt. In de ochtend arriveren we met de trein in het dorp Villefort, het beginpunt van de tocht. Daar installeren we ons in de gite nabij het dorp. 's Middags is er gelegenheid voor een korte rondwandeling van ca. 4 uur in de omgeving van Villefort.

Hoogteverschil ca. 400m stijgen en dalen.

Dag 3

Na een lange klim vanuit het dal waarin Villefort ligt, bereiken we het hooggelegen granietmassief van de Mont Lozère. Hoewel we nog geen 100 km verwijderd zijn van de Middellandse Zee lopen we vandaag door een subalpiene vegetatie. De Mont Lozère heeft een koel klimaat. Tot in het begin van de zomer kunnen we rondom de vlakke top sneeuwvelden aantreffen.

De plantengroei doet ons eerder aan Scandinavië denken dan aan Zuid-Frankrijk. We lopen over de hoogvlakte en dalen tussen de geurende brem af naar de bovenloop van de Tarn. We volgen de oever van de rivier stroomafwaarts, langs talrijke stroomversnellingen en door beukenbossen met oude grillige bomen. Na een wandeling van 22 km, waar we ongeveer 8 uur over doen komen we bij onze volgende gite: Le Merlet.

We stijgen en dalen vandaag 800 m.

Dag 4

Vanuit Le Merlet lopen we door de uitgestrekte wouden van het Montagne du Bouges naar een hoogte van 1350 m. In het bos leeft de zeldzame auerhoen, een bijna één meter grote blauwgrijze hoendersoort die een zeer vreemd geluid maakt. Over de met heide bedekte bergrug lopen we westwaarts. Voor ons zien we de uitgestrekte kalkplateau's, de Causses, waar we de komende dagen zullen vertoeven. Links van ons tekent zich in de verte het donkere massief van de Mont Aigoual tegen de horizon af. In de loop van de middag dalen we na de Col de Sapet af naar het dal van de Mimente, dat diep verscholen ligt tussen de grillige schistrotsen. In Florac, de "hoofdstad van de Cevennen" overnachten we in een gite d' étape.

De lengte van de wandeling is 20 km, duur 7 uur, we stijgen 500 m en dalen 800 m.

Dag 5

Florac ligt op de grens van de enorme uitgestrekte kalkplateaus in het westen van de Cevennen en het granietmassief van de Mont Lozère. Miljoenen jaren geleden lag hier de kust van een ondiepe zee. Het granietmassief was toen land en in de zee vormde zich kalk. Toen de zee droog viel sleet de Tarn een diepe kloof in het drooggevallen kalksteenplateau uit. Vanuit Florac kunnen we de steile kalkwanden hoog boven ons zien liggen. In het gezellige stadje zijn we vandaag de hele dag te gast. Op eigen gelegenheid kunnen we rondwandelen en vanaf een terrasje genieten van het leven op straat. Ook zijn er de wandelmogelijkheden: over het kalkplateau ten westen van Florac, langs de oevers van de Tarn of naar de pootafdrukken van Dinosaurussen nabij St. Laurent. Natuurlijk kun je ook een duik wagen in het heldere water van de Tarn. Bij een gunstige waterstand is ook een dagje kanoën in de Tarn zeer aan te bevelen.

Dag 6

Goed uitgerust vervolgen we onze tocht, nu door een heel ander landschap dan we tot nog toe gezien hebben. Een busje brengt ons naar de westrand van de Causse Méjean, een uitgestrekt steppe-achtig kalksteenplateau. Rivieren hebben er diepe, steile kloven ('gorges') uitgesleten en de hoogvlakte in verschillende kleinere plateau's verdeeld. Vanaf de randen van de plateau's worden we voortdurend geconfronteerd met indrukwekkende uitzichten in de kloven. Nabij La Bourgarie begint onze spectaculaire tocht bovenlangs de Gorges du Tarn en de Gorges de la Jonte. Langs diepe afgronden en grillige rotsformaties, sommige balanceren op een zo smalle voet dat ze doen denken aan vazen, lopen we naar de sfeervolle gite van Hyelzas. Ook worden we wellicht gade geslagen door enkele Vale Gieren.

Onderweg bezoeken we ook de "Bogen van St.Pierre", uitgesleten door een inmiddels verdwenen beek en ooit woon- en werkplaats van een grote stam Neanderthalers. Bij voldoende tijd kunnen we in dit gehucht ook een bezoek brengen aan het ecologisch museum van Hyelzas. Op interessante wijze is hier de sfeer weergegeven van het harde leven op de Causses in het begin van deze eeuw .

Lengte van de wandeling is ZO km, duur 7 uur, 400m stijgen en 300m dalen.

Dag 7

Vandaag verlaten we de Causses. Na een bezoek aan de immense grot Aven Armand, beroemd door een zeer groot 'woud' van stalacmieten, lopen we over de uitgestrekte en met vedergras begroeide Causse Méjean naar de rand van de Gorges de la Jonte. De op elkaar gestapelde kalksteenlagen in de wanden van de kloof zijn goed te zien. We verlaten het kalksteenlandschap via een afdaling naar het dorp Meyrueis. Na de lunch beginnen we aan de klim die ons naar de totaal andere wereld van de schist voert. Na de col La Pierre Plantée dalen we af naar de gite Aiguebonne, die verscholen ligt in het groen op de bodem van een kloof.

Lengte van de wandeling is 19 km, duur 6 uur, 400 m stijgen en 700 m dalen.

Dag 8

Vroeg in de ochtend maken we een korte verplaatsing naar de mini-causse van Crampieu, die verscholen ligt tussen de granietheuvels van het Aigoualmassief. We beginnen onze wandeling bij het verdwijngat van het riviertje de Bonheur. Daarna lopen we naar de granieten top van de Mont Aigoual. Op deze 1565m hoge bult hebben we een adembenemend uitzicht over heel de Cevennen en bij helder weer zelfs tot aan de Alpen en de Middellandse Zee. Nadat we van het overweldigende uitzicht zijn bekomen, beginnen we aan de lange afdaling over het "Sentier des 4000 Marches", het pad van de 4000 treden.

Gaandeweg de afdaling zien we het gesteente en de vegetatie veranderen. We betreden namelijk de schist-Cevennen (gekenmerkt door scherpe rotspunten met een leisteenachtige structuur) en tegelijkertijd dalen we af naar het Mediterrane klimaat met zijn warme zomers en vorstvrije winters. Onderaan de 1200 m diepe afdaling ligt Valleraugue, waar we overnachten. Lopend tussen de wijngaarden en de weelderige kastanjebossen, kan men zich nog moeilijk de koude van de Mont Aigoual voorstellen, waarin we enkele uren geleden nog liepen.

Lengte van de wandeling is 18 km, duur 8 uur, 450 m stijgen en 1200 m dalen.

Dag 9

Vandaag verlaten we het Parc National des Cévennes via de dicht beboste oostelijke uitlopers van het gebergte. De steeneik- en kastanjebossen vormden in de 18e eeuw het hart van de Cevennen van de Camisards, de hugenoten die door de Franse koning werden bedreigd en in deze bossen hun toevlucht zochten. Een busrit van ca. 1 uur brengt ons naar het begin van de wandeling: de col d'Asclié. Vanaf de col lopen we hoog over een beboste heuvelrug naar St. Jéan-du-Gard. Onderweg hebben we regelmatig uitzicht over de blauwe heuvels van de Cevennen en het brede Rhonedal in de verte. Vroeg in de middag bereiken we St.Jean-du-Gard.

Voordat we op de bus naar Nimes stappen, een rit van ca. 1,5 uur, genieten we van een goede maaltijd in een restaurant. In Avignon stappen we op de nachttrein Brussel.

Lengte van de wandeling 15 km, duur 5 uur, 200 m stijgen en 800 m dalen.

Dag 10

Na een overstap in Brussel, bereiken we in de ochtend Nederland.

Algemeen

Klimaat

Het klimaat van de Cevennen wordt beïnvloed door de koele Atlantische oceaan en door de warme Middellandse zee, In de winter en het voorjaar is de Atlantische invloed het grootst.

Het weer lijkt dan veel op dat in Nederland, Vanaf mei wordt de invloed van het Mediterrane klimaat steeds groter, de zon laat zich meer en meer zien en de temperatuur loopt op tot boven 20C. In juli en augustus is het droog en zonnig; het kan dan af en toe heet zijn (tot 30C). De nazomer duurt tot half oktober, de temperatuur ligt dan tussen de 15C op de bergruggen en 25C in de dalen.

Op de kale kalksteenplateau's heerst een soort mini-landklimaat. De onbegroeide bodem wordt overdag extra verhit en koelt 's nachts harder af dan de omringende gebieden. In de winter heerst op de 'causses' een koud en guur klimaat, dat men eerder in Noord-Europa zou verwachten.

Zwaarte

De voettrektocht door de Cevennen is stevig. Dagelijks afstanden van 15 tot 22 km en soms over bergachtig terrein. De hoogteverschillen vallen mee en liggen tussen 300 en 800 meter per dag. Eén dag dalen we 1200 meter af. Een goede wandelconditie is zonder meer een pré. De paden zijn echter goed, hoewel soms stenig, regelmatig stukken van Grandes Randonnées. Tijdens de zomermaanden kan de hitte een extra verzwarende factor zijn.

Rekening houdend met de lengte van de wandelingen, de wandelduur, hoogteverschillen en vereiste wandelervaring en conditie, is deze reis geclassificeerd met *** .

Reiswijze, accommodaties en maaltijden

Naar en van de Cevennen snel en comfortabel per nachttrein; naar Avignon met couchettes. Je hebt dan de beschikking over een deken, een laken en een kussen. De volgende ochtend vroeg op de trein naar Villefort, het beginpunt van de tocht.

In de Cevennen zelf word je enkele keren met een kleine personenbus naar het beginpunt van een wandeling gebracht. Terug per bus naar Nimes, waarna de nachttrein volgt, die rechtstreeks, om Parijs heen, naar Brussel gaat. Daar de volgende ochtend op de trein naar Nederland.

Eindpunt van de dagelijkse wandelingen is een gites d'étape: dit kan een verbouwde boerderij zijn, een landhuis of een chalet. Soms ligt de gite afgelegen, soms in een typisch Frans dorpje.

Ze zijn veelal rustiek gesitueerd. In deze eenvoudige accommodaties met één of meer slaapzalen, vindt u bedden en een warme douche. Wel moet u een slaapzak meenemen.

Een kok van SNP Natuurreizen verzorgt 's morgens een ontbijt en 's avonds een warme maaltijd. De lunch wordt door hem of haar ingekocht en neemt u mee voor onderweg. Wel wordt enige hulp bij de bereiding van de maaltijden op prijs gesteld, het afwassen en het schoon achterlaten van de gite. We besluiten deze reis met een maaltijd in een goed restaurant.

Bagage

Terwijl u van de ene verblijfplaats naar de volgende wandelt, wordt uw bagage vervoerd. Je kan zo meer ontspannen van de omgeving genieten. In een dagrugzakje draag je zelf de lunch, een warm kledingstuk, een grote veldfles (of meerdere kleine), een regenjack en eventueel een fototoestel of verrekijker.

Geld op reis

Aangezien vrijwel alle kosten in de reissom zijn inbegrepen hoef je op weinig extra kosten te rekenen. Alleen de uitgaven voor de maaltijden tijdens de heen- en terugreis en de uitgaven van persoonlijke aard komen voor eigen rekening. Reken voor persoonlijke uitgaven op ca. ƒ 150,00. In de Cevennen kunt u alleen op in Florac geld wisselen bij bank of postkantoor.

Reisleiding

Alle SNP-reizen worden geleid door ervaren tourleaders. Het zijn Nederlandse biologen, geologen, geografen of anderszins deskundigen. Behalve hun liefde voor de natuur hebben zij ook het enthousiasme voor wandelreizen door mooie landschappen gemeen. Zij zijn de 'sleutelfiguren' tijdens de reis en doen er alles aan het reisplezier zo groot mogelijk te maken. De reisleiders volgen een intensief SNP-scholingsprogramma waarbij o.a. veiligheid op reis, kaart en kompas lezen, voeding en hygiëne, respect voor natuur en milieu uitgebreid aan de orde komen.

De maaltijden, inkopen en het bagage vervoer worden verzorgd door een kok/chauffeur van SNP Natuurreizen.

terug naar mijn Homepagina